Doelstelling Nadat sloop voorkomen was stond het behoud van de oorspronkelijke kwaliteiten van het hoogbouwconcept binnen het gebied van het Bijlmermuseum voorop. De eigenaar wilde na renovatie 150 woningen verkopen. In nauw overleg met de individuele KJEB kopers zijn 90 woningen gerenoveerd. Daarnaast zijn 60 woningen zonder directe invloed van de kopers voor de markt verbouwd. De overige 163 woningen blijven in de sociale huursector en worden bij mutatie verkocht. Verbeteren van de route van de eigen voordeur naar de begane grond en sociale veiligheid in het openbare gebied waren belangrijke eisen. Voor de bewoners vormde het handhaven van de collectieve ruimte een belangrijk punt. Om de flat voor een breder publiek aantrekkelijk te maken werd de differentiatie van het bestaande eenzijdige woningaanbod van 3 en 4-kamerwoningen vergroot. Toevoeging van bedrijfsruimtes voor kleine ondernemers op de begane grond zorgt voor een aantrekkelijke mix van functies. Prijzenswaardigheden Tegen de heersende sloopwind in is de waardering van een aantal zittende huurders voor het oorspronkelijke hoogbouwconcept uiteindelijk erkend. De radicale keuze voor het opheffen van de individuele fietsenberging ten gunste van bedrijvigheid vormt een navolgenswaardige bijdrage voor flatcomplexen waarbij de maaiveldaansluiting op openbaar gebied problematisch is. Rol van de bewoners/gebruikers Eind jaren negentig nam een groep ‘Bijlmerbelievers’ verenigd in de KJEB (Koop Je Eigen Bijlmer) het initiatief om een deel van de hoogbouw in de Bijlmer te behouden. De KJEG (Koop Je Eigen Grubbehoeve) werd mede opdrachtgever voor de renovatie van de flat. Daarnaast vertegenwoordigde een bewonerspanel de huurders in het planteam. Innovatie en bijzondere kenmerken Het onderbrengen van werkruimtes in de plint die aan bovenliggende woningen gekoppeld kunnen worden garandeert in combinatie met veel voordeuren een intensief gebruik van het maaiveld. Het collectief stallen van fietsen per galerijdeel achter glas draagt evenals de grote glazen entrees bij aan de sociale veiligheid. In het hart van de plint zijn de collectieve ruimte, drie museumwoningen en een stukje droogloop gehandhaafd. Door aanleg van een waterpartij rond de kop van de flat wordt de ligging in het park versterkt. De verhouding tussen individu en collectief is zichtbaar aan de individuele bewonerskeuze voor een verlaagde borstwering of glazen serre binnen de rigide horizontale belijning van de betonnen borstweringen. Constructief zijn plaatsing van zes meter hoge betonkolommen onder tien verdiepingen bewoonde galerijflats in de poorten en het plaatsen van liften in bestaande trapgaten interessant.
|