Onderstaande tekst is een bewerking van de lezing die Prof. Ing. A.F. Thomsen, voorzitter van de jury van de Nationale Renovatie Prijs, heeft uitgesproken op 28 februari 2002, t.g.v. het VIBA Jubileum Symposium.
De meeste heikele vraag bij de huidige bouwopgave is: 'Moeten we slopen of verbeteren?'. Een eenduidige keus voor het één of het ander valt nauwelijks te maken, daarvoor is de problematiek te complex, zijn de keuzevariabelen te divers en de consequenties voor de verschillende betrokkenen te vergaand en onderling tegenstrijdig. Wat de keus extra lastig maakt is dat er vaak vooroordelen en geheime agenda's meespelen. Zo zullen gemeenten vanwege de kosten van vernieuwing van de infrastructuur liever kiezen voor sloop en vinden architecten en aannemers renovatie vaak een lastige klus waar te weinig eer aan te behalen valt. Toch zijn er sterke argumenten om te kiezen voor al dan niet ingrijpende renovatie. De nieuwe bouw- en beheeropgave Allereerst is het van belang om de relevante ontwikkelingen op een rij te zetten: - Van bouwen naar beheren
De nieuwbouwproductie neemt structureel af in vergelijking met de bestaande voorraad. Ten opzichte van de voorraad is de productie inmiddels gedaald tot minder dan 1% per jaar. Dat betekent het volgende. Als de gehele nieuwbouwproductie vanaf nu zou worden ingezet om de bestaande voorraad te vervangen, zou daar minstens 100 jaar voor nodig zijn en moeten we dus uit gaan van een gemiddelde benodigde levensduur van een woning van veel meer dan 100 jaar! Conclusie: de woonwijk van de toekomst staat er in feite al. We zullen heel lang moeten doen met onze bestaande woningvoorraad en hoewel de strategische betekenis van de nieuwbouw belangrijk zal blijven, zullen woningzoekenden vrijwel geheel op de bestaande voorraad zijn aangewezen.
- De kwaliteitsbehoefte neemt toe
De ruimteconsumptie neemt gestaag toe. Niet de groei van de bevolking, maar de toename van het aantal vierkante meters oppervlak per persoon is tegenwoordig de belangrijkste factor achter de woningbehoefte. Daarnaast nemen ook de eisen aan wooncomfort en woonmilieu toe.
- De voorraad veroudert
Mede door de toenemende kwaliteitsvraag komen grote delen van de bestaande voorraad in de problemen. Veel vroegnaoorlogse woonwijken beantwoorden niet meer aan de behoefte van vandaag. Ons huidige volkshuisvestingsprobleem is niet meer zozeer een tekort aan woningen maar een tekort aan geschikte woningen. Dat leidt tot een toenemende vraag naar ruimere duurdere nieuwbouw en een toenemend beslag op de daarvoor nodige schaarse resterende open ruimte.
- Het milieubelang neemt toe
Om te voorkomen dat Nederland niet alleen steeds voller maar ook steeds vuiler wordt, zal het storten van afval duurder en moeilijker worden en hergebruik worden verplicht. Ook het klimaatverdrag van Kyoto, waar Nederland haar handtekening onder heeft gezet, verplicht tot een uitstootreductie.
- De behoefte aan overheidssturing neemt toe
Het gecombineerde effect van de afnemende nieuwbouw en de toenemende kwalitatieve vraag leidt tot problemen die niet door private marktpartijen kunnen worden opgelost. Zonder ingrijpende overheidsmaatregelen zal de voortgaande groei van de kwaliteitsvraag tot toenemende spanningen op de grond- en woningmarkt leiden, met een nieuwe woningnood in het verschiet.
|