 |
 |
Klik op bovenstaande thumbnails om de foto in een groter formaat weer te geven. |
Doelstelling Het project Drift 23 bestaat uit de renovatie en verbouw van een monumentaal pand in de historische binnenstad van Utrecht. Het pand dient onderdeel te worden van het toekomstige Driftcluster van de Faculteit der Letteren. De Universiteit Utrecht is onlangs begonnen met de vernieuwing en ontwikkeling van haar binnenstedelijke Universitaire kwartier rond het Janskerkhof en de Drift. Deze ontwikkeling bestaat uit renovatie, herbestemming en verbouwing van een reeks van monumentale panden met als doel het scheppen van samenhang in de historische context en het scheppen van een binnenstedelijk Universitair klimaat met moderne en hedendaagse voorzieningen. Drift 23 is in 2003 door de Universiteit verworven voor de functie van onderwijsgebouw. De renovatie en verbouwing van Drift 23 is dus het eerste project in een binnenstedelijk transformatieproces. Met dit project diende de toon gezet te worden voor het ambitie- en kwaliteitsniveau dat de universiteit ook gaat nastreven voor vervolgtrajecten. Het onderwijsgebouw voorziet in tien onderwijsruimtes voor onderwijs in kleine groepen varierend van 14 tot 40 personen. Daarnaast is er een studie-lounge ontwiikeld voor informele studiebijeenkomsten of voor studie van individuele studenten. Er zijn twee ruimtes voor docentenoverleg voor 6 tot 8 personen. Het gebouw voorziet in reprofaciliteiten en heeft een eigenstandige veiligheids- en portiersvoorziening. Tevens is er met de ontwikkeling van de hoofdstructuur rekening gehouden met eventuele verbinding met andere panden in het historische ensemble.
Prijzenswaardigheid Drift 23 is een samengesteld pand die hun oorstprong vinden in de middeleeuwen en vooral in de achttiende eeuw zijn gemonumentaliseerd. Door middel van een analyse en reconstructie van de historische ontwikkeling van Drift 23 is de robuuste bouwhistorische structuur in kaart gebracht en als uitgangspunt genomen voor het nieuwe programma van de universitaire onderwijsomgeving. Als gevolg daarvan zijn een aantal in de loop van de tijd ontstane inbreidingen en uitbreidingen verwijderd. De aanwezige lichthof in het hart van het pand is in ere hersteld en heeft een nieuw glasdak gekregen. Om de lichthof heen zijn de routes gelegd die toegang geven aan de onderwijsruimten. Middels zichtlijnen zijn heldere ruimtelijke en visuele relaties aangebracht in het samengestelde pand met een tweeledig doel: enerzijds om oude ruimtelijke verbanden te reconstrueren èn nieuwe ruimtelijke verbanden te leggen en anderzijds om een omgeving te scheppen waarin studenten en hun docenten zich goed kunnen oriënteren, op hun gemak zijn en ook op informele wijze in contact kunnen raken. Voor dat doel is er ook een zolder ingericht als studie-lounge door interieurontwerper Toon van Deyne. Om het pand een open ruimtelijke kwaliteit te geven is het veiligheidstrappenhuis aan de tuinzijde buiten het pand geplaatst . Dit toegevoegde transparante trappenhuis vormt zo een nieuw achterhuis naast en in de rooilijn van het al bestaande achterhuis van Drift 23, waarin zich twee zeer gave stijlkamers bevinden uit de achttiende eeuw. Deze stijlkamers worden voor bijzondere bijeenkomsten gebruikt en zijn daarom gerestaureerd door SRAL en ingericht door Marx & Steketee architecten en de textielontwerper Hil Driessen. Drift 23 heeft alle voorzieningen die van belang zijn voor een modern onderwijsgebouw. Er is een geheel nieuwe technische infrastructuur aangebracht voor electra, verwarming, ventilatie, luchtverversing, ICT-glasvezel, inbraakbeveiliging, en brandmelding. De onderwijsruimten zijn voorzien van integrale technische plafondeilanden met audiovisuele apparatuur en moderne studie en werkplekken met flexibele indelingsmogelijkheden. De pittige veiligheidseisen van de brandweer met dubbele vluchtroutes zijn op listige wijze vervlochten in het gebouw zodat veiligheidstrappenhuis en compartimentering de open ruimtelijke kwaliteit juist ten goede komen.
Rol van de gebruiker De gebruikersgroep bestond uit afgevaardigden uit bestuur, docentencorps en studentenvereniging van de faculteit der letteren samen met de bouwcoördinator van de faculteit. De projectorganisatie werd geleid vanuit de afdeling Bouw als onderdeel van het bestuur van de Universiteit. De dagelijkse communicatie voor de ontwikkeling van het project vond plaats in het ontwerpteam, bestaande uit architect, projectleider van Bouw, Eric Emmen en de bouwcoördinator van de faculteit, Jos van Galen. Zo was een natuurlijke en informele input vanuit de gebruikers gegarandeerd. De formele processtructuur, inspraak en kwaliteitsborging vondt plaats in de stuurgroep geleid door Arjan Sikkema, hoofd afdeling Bouw. Tevens werden door de stuurgroep de noodzakelijke besluiten voorbereid waarna besluitvorming plaats kon vinden door het College van Bestuur. Voor de ontwikkeling van een geintegreerd en geavanceerd interieur van de onderwijsruimtes is tijdelijk een interieurteam ingesteld waar niet alleen architect en bouwcoördinator deel vanuit maakten maar ook expertice vanuit gebruik en vanuit het beheer van de universitaire onderwijsruimtes werd ingebracht.
Bijzonderheden Vanuit een grondige analyse van de historische groei vanuit de middeleeuwen, de monumentalisering van het pand in de 19e eeuw en de verrommeling van het pand in de 20e eeuw is een robuuste en toekomstvaste structuur ontwikkeld voor het onderwijsgebouw die gebasseerd is op de bouwhistorische structuur bestaande uit voorhuis, twee vleugels en achterhuis. De in het pand geincorporeerde binnenhof, die vroeger een buitenruimte was en provisorisch overdekt werd in de 80-er jaren van de vorige eeuw met een niet-duurzame kunststof overkapping is tot hernieuwd hart gemaakt van het samengestelde pand. De binnenhof is overkapt met een moderne lichtkap met vijf afgeronde sheds die op het noorden georiënteerd zijn en één shed die op het zuiden georienteerd is en die, al naar gelang zonnestand en het jaargetijde, een zonnestraal in de binnenhof toelaat. Deze zonnestraal veroorzaakt een sterke vitalisering van het licht in de hof, maar zal nooit een te grote opwarming veroorzaken. Zo is het in principe niet nodig om in de lichthof overdag kunstlicht toe te passen. Tastbare elementen uit het verleden zijn niet weggesanneerd maar onderdeel van de interne ruimtewerking geworden. Op deze wijze hebben we getracht ruimtelijke helderheid te scheppen én de gelaagde geschiedenis van het samengestelde pand opnieuw leesbaar te krijgen. Dergelijke elementen uit de geschiedenis zijn de luchtplaats van het naburige universiteitspand Drift 25, hernieuwd gebruik en zichtbaar maken van de middeleeuwse waterkelder onder de lichthof, die nog steeds functioneert als regenwaterafvoer naar de gracht; Een negentiende eeuwse raampartij die uitkijkt op de binnenhof, Het dak, de schenkelspanten, hijsbalk en hijsluik van de voormalige bergzolder en de prachtige 19de eeuwse stijlkamers in het achterhuis, uit de zogenaamde 'Lelijke tijd' ,die gerenoveerd zijn en geschikt gemaakt zijn voor docentenoverleg. Met name de pittige veiligheids- en vlucht eisen van de brandweer hebben ons uitgedaagd om inventief om te gaan met vluchtroutes en het pand zo weinig als mogelijk te compartimenteren. De eis voor dubbele vluchtroutes vanuit elke onderwijsruimte heeft geleid tot twee routes die leiden naar één vluchttrappenhuis dat als een nieuw achterhuis in de rooilijn, los achter het monument is gebouwd, als een nieuwe toevoeging. Het modern vormgegeven en transparante vluchttrappenhuis komt in maat en schaal overeen met het historische achterhuis en vormt zo een nieuw achterhuis aan de toekomstige universitaire openbare binnentuin. Om het monumentale pand te laten voldoen aan de klimatiseringseisen van deze tijd is inventief omgegaan met de luchtbehandelingsinstallatie. De intentie was om deze zo veel mogelijk uit het zicht te houden. Dat was niet eenvoudig. Om aan de vereiste ventilatievoud voor onderwijs ruimten te voldoen zouden grote luchtkanalen dwars door het gehele monumentale pand aangebracht moeten worden. Chris Kevel van Technicá heeft daarvoor een combinatie van vijf verschillende ventilatiesystemen toegepast. De onderwijsruimten hebben onder het monumentale plafond technische eilanden gekregen, waarin naast het ventilatiesysteem met de luchtafzuiging en de luchtinblaas, ook alle andere techniek is verwerkt , zoals de akoestische absorbtie en reflectie, rookmelders, brandsignalering, aansluiting WIFI, de speakers van de geluidsinstallatie, een beamer en de verlichting van de ruimte. Vertikaal zijn alle kanalen samengebracht in een centrale dikke wand die doorloopt naar het dak waarop een wtw-unit staat. Het hele stelsel kanalen is als schoorsteen tot bovendaks brandwerend uitgevoerd. Voor de sanitaire ruimtes is een vergelijkbaar systeem aangebracht, met kleinere in de wanden weggewerkte kanalen. De algemene ruimtes en centrale verkeersruimte worden geventileerd met door de stadsverwarming voorverwarmde lucht die met heel lage snelheid via roosters de centrale ruimte ingeblazen wordt. Boven in de vide wordt deze lucht met windgedreven ventilateoren in het sheddak weer afgezogen. Twee werkruimtes hebben ventilatieconvectoren gekregen die via de gevel buitenlucht aanzuigen die door een warmte unit wordt verwarmd. Het vijfde en laatste systeem bevindt zich in de stijlkamers, waar geen zichtbare techniek mocht worden aangebracht. Hier bevinden zich achter de lambrisering gevelventilatoren die voor onderdruk in de kamers zorgen. De aanvoer vindt plaats via de dubbele wand met schuifdeuren tussen de twee stijlkamers vanuit de centrale ruimte. In het hele gebouw is de luchtsnelheid laag, ondanks de grote hoeveelheden lucht waar het om gaat Deze komt nergens boven de 3,5 m/s uit bij een ventilatievoud van 3,5. De ventilatievoud is nog op te voeren tot 4,7 binnen de geluidsniveaueis van maximaal 30 dB(A).
Algemeen Soort lokatie: binnenstad Bouwjaar: 1541-1988 Oplevering renovatie: september 2005 Functie voor: kantoor Functie na: Universitaire onderwijsruimtes voor kleine groepen Netto oppervlakte voor: 1096 m2 Netto oppervlakte na: 1208 m2 Huidige beheervorm: eigendom Universiteit van Utrecht Wisseling eigenaar: Het pand is verworven door de universiteit voor de renovatie Ontwikkeling markt: nee Reden renovatie: functionaliteit, functieverandering, modernisering, uitstraling, rendement, duurzaamheid
Financiën Bouwkosten: € 1.500.000 % Onderhoud: 5% % Omgeving: 0% % Duurzaamheid: Er is geen extra EPC toegepast Totale investering: € 2.900.000 Huurprijs per m2 bvo: n.v.t. Koopprijs per m2 bvo: onbekend Stookkostenbesparing: onbekend |
|
|
 |
|
 |